Deze website gaat vooral over de familiegeschiedenis van Frans van Gorkum en Bertha Klutman. Op 14 juni 1947 trouwden zij met elkaar in het gemeentehuis van Zevenaar en in de Sint Martinuskerk te Oud-Zevenaar, een stad en een dorp in de Liemers. Hij buschauffeur en zoon van een smid. Zij dienstbode en dochter van een houtzager. Beiden katholiek. Hun huwelijk zou bijna 50 jaar duren. Zonder dat zij het zelf beseften, kwamen op die junidag de lijnen samen van twee Brabantse families. Wat dit huwelijk opmerkelijk maakte, is de gelijkheid van hun geschiedenis. Onafhankelijk van elkaar trokken hun voorvaders vanuit het Brabantse naar Gelderland om daar een bestaan op te bouwen.
Na de verovering van 's-Hertogenbosch in 1629 van de Staatsen werd het welvarende Brabant een speelbal van Hollandse, Spaanse, Franse en Gelderse belangen. De Nassauers en met hen de Hollanders maakten met de godsdienststrijd als camouflagemiddel korte metten met dit deel van de Lage Landen. Brabanders weken uit naar gebieden waar de katholieke godsdienst wel werd toegestaan. Ook trokken ze weg om ver van huis een beter bestaan op te bouwen.
In 1648 viel de Meierij voorgoed toe aan de Republiek. De katholieke eredienst werd officieel verboden. De streek was inmiddels door de oorlog sterk aangetast. Na de Tachtigjarige Oorlog volgden invallen van Franse legers. In 1672 werden de boeren verplicht de oogst op de akkers te verbranden om de Fransen geen overlevingskans te bieden. Daardoor heerste hongersnood onder de eigen bevolking. Er ontstond grote armoede.
Politiek werd Brabant onder de Republiek een verschoppelinge. De katholieken werden uitgesloten van alle openbare bedieningen. De Brabanders werden uitgezogen en verdrukt. Dat blijkt uit het volgende geschrift in Taxandria. “Toch moest dit opbrengen, meer dan het kon, om toch maar elken schijn van welvaart te verbannen uit de provincie, zoo verfoeid bij de regeeringsmannen; Oirschot moest 26 gulden opbrengen van een morgen land, andere plaatsen, in het Nijmeegsche gelegen, ruim 8 gulden; Engelen, dat onder Holland, behoorde slechts 3 gulden. De afgevaardigde de la Court bewees in de vergadering van 13 maart 1797, dat men in het rijke Holland slechts 18000 gulden opbracht voor een oppervlakte land, die in de arme en magere Meierij gelegen met 32000 gulden belast was”.
Vele Brabantse families met verre voorvaderen die geld en goed verwierven, moesten hun bezittingen noodgedwongen verkopen of raakten dat kwijt door oorlogsgeweld. Zo verging het de Van Gorkums, zo verging het de Klutmannen. Hun persoonlijk relaas is nooit opgetekend. Het bewijs is slechts terug te vinden in de acta van verkoop en in hun maatschappelijke neergang. Van welvarende leenmannen, poorters en grondbezitters werden zij schapenhoeder en klompenmaker.
Mensen trokken weg uit het verarmde Brabantland op zoek naar welvaart. Derk van Gorkum uit Oirschot verhuisde rond 1740 naar het Gelderse Hengelo om daar als klompenmaker zijn brood te verdienen. Jacob Cluytmans uit Helden aan de Maas koos voor het soldatenbestaan en belandde uiteindelijk rond 1785 in het Liemerse grensdorp Babberich als schapenhoeder. Opvallend is, dat beiden bleven kiezen voor een woonplek op het platteland. Duizenden trokken naar de steden in opkomst om daar fortuin te zoeken. Het lukte maar weinigen. Dat wil niet zeggen, dat Derk en Jacob en hun talrijke nazaten tot weldom raakten. Het platteland zorgde voor eigen brood en vlees, voor een ordentelijk leven, maar ook voor honderden jaren hoofdige onderdompeling in een omgeving, waar de meesten met de pet in de hand rekenden op een gelukkig hiernamaals. Want, zo schreef Hendrieka Kristtiena te Laan, de tweede vrouw van Gradus Schnoeyenbosch uit Aalten, hoopvol bij haar huwelijk op 14 mei 1844 in het kerkboek: “Wij Heijlig te leven en Zalig te sterven. Dat ons den allengoedigsten god den Zegen en hier na den Hemel mag erven”.
Frans van Gorkum en Bertha Klutman vonden elkaar vlak na de Tweede Wereldoorlog. De weg naar hen toe was lang, zo laat hun familiegeschiedenis ons zien. Met het naderen van de takken van elkaars stamboom wordt de beschrijving van de familiegeschiedenis kleurrijker en persoonlijker. Eenmaal weggestapt uit de archieven legde ik met familiepapieren en getuigenissen van familieleden en dorpsgenoten de couleur locale vast.
naar boven ^
Andere families
Deze website besteedt aandacht aan de Gelderse familie Ross, een nauw aan de familie Klutman gelieerd geslacht. Op de website zijn verder genealogische aantekeningen opgenomen van andere, aanverwante families: Van Bindsbergen (Babberich), Harmsen (Etten-Aalten), Buil (Pannerden) en Koenders (Dinxperlo).
Op de website staat informatie over het oorspronkelijk uit Buren afkomstige militaire geslacht Van Gorkum en de hieraan verwante familie Andriessen, een geslacht van dominees en letterkundigen (voor de jeugd).
Ook is informatie opgenomen over het geslacht Kluitman, de bekende uitgever van jeugdboeken!
Het 'laatste nieuws' op deze pagina verwijst naar recent geplaatste genealogische informatie.
naar boven ^
Kanttekening
Mijn speurtocht over de digitale snelweg ofwel het medium Internet bracht veel gegevens aan het licht. Via ‘internetgenealogen’, de gedigitaliseerde uitgaven van dagbladen en historische en genealogische tijdschriften, waaronder het OTGB, het GTOB, de Brabantse Leeuw, Taxandria en De Kleine Meijerij, en de sites van archiefinstellingen, waaronder met stip RHC Tilburg, kwamen in relatief korte tijd gegevens beschikbaar. Vroeger zou veel speurwerk met lange wachttijden of reistijden naar ver weg gelegen archieven nodig zijn geweest om hetzelfde resultaat te behalen. Mijn kanttekening is dat de originele archief-bescheiden niet altijd zijn geraadpleegd.
Dan nog dit
Het beoefenen van de genealogie is de herhaling laten zien. Een boom wordt elk jaar dikker. Ze krijgt elk jaar nieuwe takken en bladeren, maar wezenlijk verandert ze niet. Ze blijft dezelfde boom die uniek in het landschap staat en meegaat in de natuur. Zo vergaat het ook de families. Hun verschijningsvormen wijzigen, passen zich aan. De feiten en omstandigheden verschillen, maar als je goed kijkt veranderen zij niet. In het oude Rome zeiden ze het al ‘nihil novi sub soli’ ofwel er is niets nieuws onder de zon. En zo is dat.
In juli 2009 liep mijn verre neef Berry van Gorkum over de Rooms-katholieke begraafplaats van het dorpje Haaren onder Oisterwijk. Bij een graf zag hij een oude man staan, verzonken in gedachten. Hij leunde op een rollator. Zo broos was hij geworden. Zijn naam was Frans van Gorkom, oud 91 jaar. Op de grafsteen stond sierlijk gebeiteld de naam van zijn vrouw: Anna Wilhelmina Kluitmans. Berry maakte een praatje met Frans. Niet veel later schuifelde de man naar het volgende graf om zijn overpeinzingen voort te zetten. Hij bleef stilstaan bij de laatste rustplaats van zijn tweelingbroer Henk van Gorkom. Nihil novi sub soli, zo blijkt uit de familiegeschiedenis Van Gorkum-Klutman.
Reactie
Wilt u reageren? Laat een bericht achter. Klik daarvoor op contact.
naar boven ^