terug naar startpagina

 

Bolck

 

 

          

      zegel van Hendrick Bolck 

Het landbouwersgeslacht Bolck (later ook Bolk) heeft, zover nu kan worden bezien, zijn oorsprong in het gebied Duffelt-Betuwe. De familienaam komt in diverse varianten voor, waarvan de voornaamste zijn Bolck, Bolckh, Bollic, Bolick, Bollick, Bollek en Bollich.

 

Volgens een schattingsregister van het Hertogdom Gelre leeft ene Otte Bollic in de ‘Duffele te Keken en Bymmen’.  In de oorkonde ‘Landvrede of verbond tussen Jan van Blois en zijn vrouw Mechtild, hertogin van Gelre en ridderen en knapen van Over-Betuwe, Neder-Betuwe etc.” van 6 januari 1377 staat Roever van der Bollic. In dezelfde oorkonde komen ook voor Gerifaes en Goessen van Triest gebruederen.

 

Mogelijk is Bolck een toponiem. In 1470 vernieuwt Arnt van den Bullick zijn leeneed op 30 september 1473 en op 1 oktober 1481 aangaande ‘7 Hont lants in den gericht van Tricht op den Stijl-weert, boven naest gelant Valck Dirckssoon kinderen, beneden Lubbert Alert Keyenssoon, ontfinck tot Zutphenschen rechten. Idem crigt consent dat dit leen erven sal op Conrad, Henrick Suyrmonts ende sijner dochter Oyden soon, beheltlick sijn leven lanck sijnen vrijen wil, eodem anno. Idem Conradssoon, vernijt eedt, 30 Septembris 1473. Een hofstat ende goet, to Tricht an den Bullick gelegen, boven naest gelant Wilhem van der Ae ende beneden Willems kinderen van Oirde, tot Zutphenschen rechten ontfinck . Idem vernijt eedt van een hofstat ende goet, tot Tricht an den Boellick gelegen…..’ . In 1649 wordt in het verpondingskohier van Persingen een stuk land aangeduid als ‘den Bolick’. 

 

Op zijn website heeft de genealoog Guido van Benthem op 15 september 2010 een samenvatting gezet van een Erlecoms procesdossier over te betalen contributies. De ‘uitheemsche ossenweiders’ staan tegenover de buurmeesters. In dit dossier bevinden zich lijsten opgenomen over Erlecomse boerenbedrijven. Ze zijn van 12 december 1612 en 13 oktober 1632. Voor de genealogie Bolck zijn ze interessant, omdat hierin niet alleen deze familie maar ook aan haar gelieerde families  voorkomen. Deze overzichten laten mogelijk familiesporen zien voor verder terug in de tijd. Genoemd worden onder andere Jacob van Trijst, Goosen van de Colck, Herman van Trijst, Gerrit Francken en  Gijsbert van Meghen. Jan Bollick komt meermalen voor met onder meer de vermelding ‘Aen den dalsen dijck’ en ‘Jan Bollicks qualien landt’. Is hij wellicht de vader van Hendrik Bolck den Ouden?

Als notitie is het volgende bijgevoegd. “Anno 1629, Op huijden den 24 september hebben wij underschreven die verddilinck gemaect van wegen der Lvij morgen alsnog een heer van Gendt geleijckent sloit coinpt mijn heer tot Gendt hijervan te draegen 36 morgen, die Gentsche gemeijnte heefft te draegen 27 morgen datum als boven was undertijckent Engel Harmanss, Gerrit Francken, Johan van Trijst”.

 

In het interessante artikel ‘De Karthuizers in Koblenz en hun bezit te Erlecom’ behandelt Guido van Benthem de "Inventar des Archivs der Kartause St. Beatusberg vor Koblenz, bearbeitet von Johannes Simmert (1987)". In deze inventaris komt ook het Karthuizer bezit in Erlecom voor. Onder andere gaat het over Hof Spieck of Spyck. Guido van Benthem schrijft, dat prior broeder Johannes Hoff en het konvent van het Karthuizerklooster in St. Beatusberg bij Koblenz vanaf 1 augustus1644 verpachten aan de echtelieden Heinrich Bolck en Mechtild (Meet) voor 6 jaar Hof Spieck in Erlekom, gelegen in het gericht van Gendt. De jaarlijkse pacht bedraagt 1100 Carolisgulden. Ze moet worden betaald tussen 11 november en 25 december. Ook moet de pachter jaarlijks op 29 september 1 vat boter van 300 pond leveren. De pachtoorkonde draagt de zegels en de handtekeningen van de verpachter en pachter (Henrick Bollick). Op het zegel van Hendrick staat het Sint Andrieskruis, een bekend wapenfiguur in deze regio.

 

Op 11 november 1659 verpacht broeder Johannes Hoff, prior van het Karthuizerklooster, de hof opnieuw aan Henrick en Mechtild voor 15 jaar, van mei 1660 tot mei 1674. Het pachtgeld bedraagt 500 rijksdaalders. Het moet worden betaald met Kerstmis of met Pasen.
Op 1 mei 1674 verpacht broeder Gerhardus Goedt, prior van het Karthuizerklooster de hof wederom aan Hendrick en Mechtild, nu voor de duur van 8 jaar, te weten van 1 mei 1674 tot 1 mei 1682. Het pachtgeld bedraagt 500 rijksdaalders per jaar en moet worden betaald met Kerstmis.

 

Op 20 april 1682 krijgt Hof Spieck nieuwe pachters. Prior broeder Johannes Krantz verpacht de hof aan de echtelieden Herman van Tryst en Christina Gissbers. De familie Tryst was ook al pachter van Hof Spieck, voordat Hendrick Bolck de rechten in handen kreeg. Op 15 april 1628 verpachtte prior Nikolaus Fruihoff  de hof namelijk aan Hermann von Trist en zijn vrouw Henrische Verwogen (Verwaayen) voor 18 jaar met alle toebehoren: boerderij, huis, molenhuis, voorraadschuur, boomgaard, akker- en weideland in de omvang, zoals het tot dan toe volgens aanwijzing van de belenders, Johann Baron Quadt von Wickrott, Wilhelm von Wachtendunck, heer tot Hulhuizen, en vrouwe Dorothea von Oy, geb. von Loe, vrouwe von Detbar, verpacht geweest was. Het pachtgeld bedroeg 1100 Karelsgulden Nederlandse valuta en 2 vaten boter of 32 Rijksdaalders, betaalbaar te stellen tussen 29 september en 11 november.

 

De genealoog John Vos wijst op de relatie tussen de familie Van Triest, Bolck en Verwaayen aan de hand van door hem gevonden transportacta uit onder andere 1675   . De acte uit 1675 leidt tot de veronderstelling, dat Hendrick Bolck via zijn schoonfamilie aan de pacht van Hof Spieck is gekomen. Hendricks echtgenoot Mechtild van Triest lijkt mij een dochter van de pachter Hermann von Trist en zijn vrouw Henrische Verwayen. Herman van Tryst, getrouwd met Christina Gissbers, lijkt mij een kleinzoon van dit echtpaar.

 

Herman Bolck uit Erlecom is vanaf 1723 pachter van boerderij De Leemkuil in Oud-Zevenaar. De Leemkuil is een havezathe, ooit bewoond door het adellijk geslacht Van Camphuysen. In 1501 wordt telg Henrick genoemd ‘van Camphuysen tot de Leemcuyl’. In 1686 is Abraham Bieben bewoner van de Leemkuil. Na zijn vertrek naar Nijmegen bewoont Hendrik Donzen (Duntsen) het goed vanaf 1715. Deze burger van Zevenaar, afkomstig uit de Meierij van Den Bosch, pacht de Leemkuil vanaf 1715. Hij wordt opgevolgd door Herman Bolck.
Op grond van de doopgetuigen van zijn kinderen lijkt mij Herman een zoon van Hendrik Bolck die Jonge. 


Zijn dochter Gudula Bolck trouwt met Johannes Schott (Schutt). Waarschijnlijk komt de pacht zo terecht bij de familie Schutt. Johannes Schutt, gedoopt te Aerdt op 1 mei 1681 als zoon van Conradus Schutt en Berntje Brands, komt als pachter van Groot Poelwijk op 1 mei 1748 naar de Leemkuil. Deze Johannes trouwt op 20 januari 1704 te Hönnepel (D.) Joanna Hendriksdr. van Marwick, gedoopt te Oud-Zevenaar op 4 augustus 1710. Waarschijnlijk is hij met Gudula Bolck een tweede huwelijk aangegaan. Dochter Maria Catharina trouwt op 17 juli 1735 met Stephanus Engelen. Dit echtpaar gaat boeren op de Tiebenwaardhof onder Oud-Zevenaar.

 

Wilt u genealogische gegevens van deze familie? Als u mij e-mailt, stuur ik u deze graag toe.

 

Jan (?) BOLCK (Bolcks, Bollicks, Bollic), geb. ca. 1590, overl. ca. 1650 tr. ca. 1620 NN. Uit dit huwelijk worden geboren:
1. Hendrick. Hieruit nageslacht. 
2. Cornelia (Cunera/Cunira Bolxs), treedt 22 maart 1667 te Zyfflich op als getuige bij de RK doop van Theodora, dochter van Bartholomeus van der Borght en Gisberta van de Wiel), tr. 1e 13 oktober 1654 Jan Lippens, tr. 2e Cornelis Verburcht (van der Burg/van der Borght). Cornelia treedt op 20 februari1702 te Zeddam met Petrus Stavelot en Henricus Pellen op als getuige bij de doop van Nicolaus, zoon van Wilhelmus Stavelot
3. Theodora (Derrisken), ged. RK Zyfflich ca. 1620, overl. te Warbeyen 28 juli 1711, tr. RK te Zyfflich (of Kranenburg) 1641 Petrus Verwayen, ged. RK te Zyfflich rond 1620, overl. 3-19 september 1698z, zn. van Gerardus (Gaert) Verwaijen, landbouwer, schepen van Gendt, en Jenneken Liffers
4. Maria, overl. vóór 10 oktober 1698 (treedt op als doopgetuige bij de RK doop van Maria, dr. van Petrus en Theodora Verwaayen- Bolck op 12 september 1649 te Zyfflich; treedt op als doopgetuige bij de RK doop van Gertrudis, dr. van Petrus en Theodora Verwaayen-Bolck op 16 september 1661te Zyfflich), tr. Hendrick Rijcken
5. Herman, overl. vóór 10 oktober 1698, tr. Metjen Beijers (zij treedt op als getuige bij de RK doop van Lucas, zoon van Petrus en Theodora Verwaayen-Bolck, op 19 september 1644 te Zyfflich)
6. Aaltje (Aeltjen Bollick), geb. te Erlecom, tr. te Gendt 21 juni 1671 Steven (de) Beijer, geb. te Kranenburg

Copyright ® 2012 frans a.m. van gorkum

info: fransvangorkum@gmail.com

 

GENEALOGIE

www.fransvangorkum.nl