terug naar startpagina

 

Ross-Liemers

 

   

  gezusters Ross Visser 

        Oud-Zevenaar

           (ca. 1900)

 

Het geslacht Ross woont al meer dan 250 jaar in het Gelderse gebied, dat het begin van de Rijn in Nederland flankeert.

 

Sommigen menen, dat de oorsprong van de familie moet worden gezocht  in Schotland. Vele Schotten trokken namelijk in vroeger tijden als huursoldaat naar het vasteland van Europa. Ze kwamen ook uit de county van de clan Ross en noemden zich Ross. Sommigen bleven hier wonen. Ze trouwden met een Hollandse schone en zorgden zo in den vreemde voor nageslacht.

 

De Tachtigjarige Oorlog bracht inderdaad nogal wat Schotse soldaten naar het Kleefse en het aangrenzende Liemerse land. Bekend is dat prins Maurits in september 1598 met zijn Staatse troepenmacht tussen Schenkenschans en Doesburg streed tegen de Spanjaarden. Tot zijn legermacht behoorden onder meer twaalf vendels Schotten (1170 man) en achttien vendels Engelsen (1836 man). Schotse soldaten bleven achter in dit gebied en bouwden daar een nieuw bestaan op. Het is dus mogelijk, dat de Liemerse familie Ross afstamt van een Schotse soldaat uit de clan Ross.

 

Volgens mij moet de herkomst van de familie echter gezocht worden in het aan Gelderland grenzende Nordrhein Westfalen. Sterke aanwijzingen geven bijvoorbeeld de schattingslijst van Herwen uit 1466. Daarin wordt namelijk een Jan Ross aangeslagen voor 1 stuiver (laatste categorie). In de periode 1619/20–1627/28 komt bij de Thienden tho Herwen voor: “Den thienden tho Halderen heefft gepacht Gerritgen int Ross” (folio 4) en “Den groven ende smalen thient tot Halderen heefft gepacht Thonis int Ross. Ross is hier een toponiem ofwel een aardrijkskundige verwijsnaam naar een plek, een boerderij in dit geval.

 

Dat geldt ook voor de volgende aanwijzingen. In het archief van Huis Hackfort bevinden zich een tweetal acta waarin sprake is van Ross, zelfs eerder. Zo behandelt de acte van 2 november 1433 (toegangsnummer 0520, nr. 039) een brief “mit een uijthangend segel in dato 1433 des maendaegs post Omnium Sanctorum, waerbij Johan, Heer toe Homoet ende Wisch, bekent gecedirt te hebben an Wolter Ros een mathe landes, Mengerinx Cepeler genoemt, in den kerspel Steenre onder Baeck gelegen, vrij ende qwijdt beholtelijcken den heer sijnen thiende”. Uit de andere acte blijkt, dat “Bernt van Zulen, stadhouder van Dederick van Bair, landdrost der graafschap Zuttphen en schout van Lochum, oorkonde (op 21 maart 1575), dat Henrick Bessem en zijn vrouw Cunna Leubberichs overdragen aan Jacobe van Hackfurtt, weduwe Van Raisfeltt, twee ossenweiden van het goed Ross Lepelair in de buurschap Baeck”. In 1648 is sprake van een goed Ros of Felcamp te Groot Duchteren bij Lochem als Willem Staelwerck op 11 april 1648 het eigendomsbewijs van dit goed verwerft (Gelders Archief, diverse charters, inventarisnr. 508, nr. 320 , toegangsnummer 0510). Ook hier is Ross een toponiem.

 

Veel later komen we de naam Ross tegen in de DTB-boeken van de katholieke en protestante kerken. Het echtpaar Gerardus Hemminck en Mechtildis Ross bijvoorbeeld laten op 14 augustus 1677 in de kerk van Hönnepel de tweeling Joanna en Joanna Margaretha dopen.


In Appeldorn wordt op 15 mei 1701 Gerarda Verheijen gedoopt, dochter van Servatius Verheijen en Mechtildis Ross. Op 25 december 1749 neemt Catharina Eliesabetha Ross voor het eerst deel aan de avondmaalsviering in de kerk van Diersfordt “nachdem dieselbe ein Kirchen-Zeugnis vom Predigern Brincman aus Orsau eingebracht”. In Rheine komt de naam Ross al in de zestiende eeuw voor.

 

Op 11 mei 1740 trouwt te Neede Jan Grubbink met Anna Ros. Acht van de tien kinderen krijgen de familienaam van de moeder. Zij draagt de boerderijnaam Ros die volgens plaatselijk gebruik ook familienaam is.

 

In de Duffelt (gebied tussen Kleef en Nijmegen), in de Achterhoek, in Twente (gebied Neede, Haaksbergen, Winterswijk) en in het aangrenzende Westfalen wordt de familienaam Ross, int Ross en Van den Ros vaak afgeleid van de boerderijnaam Ros.

 

In Nordrhein Westfalen komt de naam Ros(s), ook met de voornaam Bernard, vaak voor. Vanaf circa 1600 leven in bijvoorbeeld Rheine (stad tussen Gronau en Osnabruck ten noorden van Munster) vele Ross’en. Hun familienaam wordt oorspronkelijk geschreven als Rost, Roesh en Rosh. In Bimmen zelf leeft ook een familie Roosen/Rose. In dit gebied komt de naam Ross regelmatig voor als een goed waar cijns voor moet worden betaald.


De bekende naamkundige Johan Winkler vermoedt, dat Ros oorspronkelijk afstamt van de oude Friese mansnaam Horsa (paardennaam en letterkeer van Hors of Ors). In het dialect van het Duitse Beieren staat Ross voor paard, terwijl het dier in de Mundart van Hessen Gaul heet. In Düsseldorf zegt men Pferd. 

 

Wat bewijzen nu die aanwijzingen ? Hiervoor moeten we te rade bij het Saksenros, ook wel het Twentse Ros of het Saksische Ros genoemd. Op zijn Duits is dat Sachsenross of Welfenross. Het is een heraldisch symbool met een steigerend wit of zwart paard. Het komt op vele gemeente-, stads- en streekwapens met een Saksische oorsprong voor. Het is het bekendste symbool van de Saksen, die in de streken Noordoost-Nederland en Noord-Duitsland wonen, maar ook in Zuid- en Midden-Engeland.

 

Het wordt in Nederland hoofdzakelijk in de regio Twente gebruikt (zie logo van FC Twente). Ook komt het voor in de gemeentewapens van Renkum en Emmen. In Twente staan op veel oude boerderijen geveltekens (uilendborden) met twee paardenhoofden. Deze hebben volgens de overlevering betrekking op het Saksenros maar ook op Hengis en Horsa, de twee Saksische legeraanvoerders die Engeland veroverden en oorspronkelijk uit de buurt van Twente of het aangelegen Westfalen en Nedersaksen kwamen. In Duitsland komt het ros op de vlag van de deelstaten Noordrijn-Westfalen (oorspronkelijk op de vlag van Westfalen) en Nedersaksen voor, maar ook op tientallen stads- en gemeentewapens zoals die van Herford en Schortens. Het komt ook voor in het logo van de bedrijven Westfalen Bahn, Versicherungsgruppe Hannover en Continental AG.

 

Het Saksenros vindt zijn oorsprong in het paard waar volgens overlevering Wittekind, de laatste leider der Saksen, op reed. Deze bereed ooit een zwart paard, maar na de kerstening een wit paard. In bepaalde gebieden met een Saksische oorsprong zoals Drenthe zijn er legendes van mensen die in het veld een wit paard zagen lopen en dat betekende altijd onheil en oorlog. De laatste legendes dateren uit begin 1940. Wittekind zou  tijdens en voor de Saksenoorlogen ook op een zwart of wit paard hebben rondgereden om stammen op te roepen ten strijde te trekken tegen Karel de Grote. Het is dus geen wonder, dat nogal wat boerderijen in de hiervoor beschreven omgeving Ros(s) heten. Aangezien het in dezelfde regio heel gebruikelijk was de bewoners van de boerderij te vernoemen naar de naam van hun hoeve, is het aannemelijk dat de Liemerse familie Ross zijn oorsprong vindt in het Saksenland en dat ze haar familienaam ontleent aan een boerderij Ros. Het verklaart voor een belangrijk deel de mogelijk Borkense afstamming. 


Wilt u genealogische gegevens van deze familie? Als u mij e-mailt, stuur ik u deze graag toe.

 

De oudst bekende voorvader is Bernardus alias Bernt Ross, verm. ged. 19 juni 1689 RK Sankt Remigiuskerk te Borken (D.) als zoon van Johan en Mette (Martha) Ross (doopgetuigen Wessel Schlotbomess en Geesken Ramecker), overl./begr. (?) te Millingen 9 september 1741, otr./tr. (?) te Millingen 29 april 1725 Henrica Sebus, ook genoemd Henderina, Harnsken, Zebes, geb. te Zijfflich (D.) ca. 1704, verm. dr. van Henricus Zebus   en Margaretha Spronck.

 

Uit dit huwelijk worden geboren:
1. Helena, ged. te Bimmen 10 september 1726 (doopgetuigen Rudolphus Sebus  en Margaratha Spronck) overl. te Millingen 30 mei 1752
2. Johanna, ged. te Bimmen 17 oktober 1728 (doopgetuigen Wesselius Buningh en Joanna Bernts)
3. Johannes. Hieruit nageslacht
4. Henricus, ged. te Bimmen 2 juni 1733 (doopgetuigen Henricus Hageman en Henderina Arntz)
5. Henderina, ged. te Bimmen 1 december 1734 (doopgetuigen Joannes Huijsman en Joanna Gerrits)
6. Henricus, ged. te Bimmen 4 december 1735 (doopgetuigen Henricus Coerwinckel en Henderina Arntz)
7. Martinus, ged. te Bimmen 26 mei 1739 (doopgetuigen Bartholomeus Sebus en Gerarda Weghmans)

Copyright ® 2012 frans a.m. van gorkum

info: fransvangorkum@gmail.com

 

GENEALOGIE

www.fransvangorkum.nl